Het fotoboek, dichtbij voor wie wil kijken Het fotoboek, dichtbij voor wie wil kijken

25 november t/m 12 december

25 november t/m 12 december

← Terug naar verhalen

Sjef van Duin | Fotoboeken en nog veel meer

Sjef van Duin is de bibliothecaris van het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam. Fotograaf Daan Kamerman en redacteuren Mick van Dijk en Peter Romijn ontmoeten Sjef op zijn werkplek, de nieuwe open bibliotheek van het museum. Het gesprek gaat over alles wat deze bijzondere bibliotheek aan gebruikers te bieden heeft.

DE BIBLIOTHEEK OMARMD

Wie is Sjef van Duin en wat kan hij vertellen over de bibliotheek?

“Ik ben in 1997 begonnen als rondleider bij het NFI, het Nederlands Foto Instituut zoals het toen nog heette. Dat is later het Nederlands Fotomuseum geworden. De bibliotheek is opgezet door een Utrechter, Hans Zonneveille, onder de naam Fotodoc (met een C !]. Hans heeft haar stap voor stap opgebouwd. In 2012 ging hij met pensioen en ik heb toen de zorg voor de bibliotheek overgenomen. Ik heb die taak omarmd, ik wilde niet meemaken dat zo'n mooie verzameling ten onder zou gaan. Er was indertijd al chronisch geldgebrek, ik had een kleine aanstelling als zzp’er. Dat ik er werd neergezet in plaats van een opgeleide bibliothecaris spreekt ook wel boekdelen. Maar als je een fotomuseum bent, dan moet je er op dat gebied een vakbibliotheek op na houden en die mag je die niet omwille van bezuinigingen overboord zetten.”

“De bibliotheek is voor het museum onmisbaar, ook voor als er beleidskeuzes moeten worden onderbouwd. Ze is tegelijkertijd belangrijk voor de informatievoorziening van alle fotografie instellingen in Nederland. Maar dat is allemaal begonnen met minimale middelen, weinig aankoopbudget. De bibliotheek was een maar een beetje weggestopt in het vorige gebouw, Las Palmas. Toen kwam het pakhuis Santos als de nieuw in te richten huisvesting voor het Fotomuseum in beeld. Daar zijn we nu, en je ziet het: de bibliotheek is nu een soort lounge, bedoeld als eyecatcher bij binnenkomst. Dat is een enorme vooruitgang. Als ik toch moet ronken: dit is de grootste fotografiebibliotheek van Nederland, misschien zelfs van Europa... Behalve deze grote open ruimte is er ook nog een groot depot met de collectie vakliteratuur, tijdschriften en de bibliofiele collectie, bestaande uit kwetsbare of kostbare boektitels.

“Bovendien ligt het in de bedoeling met linked open data de bibliotheekcatalogus digitaal te verbinden met die van partnerinstellingen als Foam, Huis Marseille, Noorderlicht, Pennings Foundation en de Fotovakschool. Ook voor ons relevante musea kunnen aanhaken en als het meezit in de toekomst ook FOTODOK. Dan komt het zover dat wie een naam of een boektitel invult kan dan zien of die bij ons en /of elders beschikbaar is. Dat is allemaal nog uit te breiden, bijvoorbeeld naar de bibliotheken van de kunstacademies.”

OPBOUW VAN DE COLLECTIE

De bibliotheek omvat een rijke collectie aan monografieën anthologieën, tentoonstellingscatalogi en boeken over specifieke disciplines binnen de fotografie. Het terrein is heel breed, de collectie is relatief jong. Welke keuzes maak je voor de opbouw van de collectie? Focus je in de eerste plaats op wat er verschijn, of probeer je ook vroegere werken aan te schaffen?

“We moeten nog steeds werken met een klein budget. Veel oudere boeken krijgen we aangeboden door particulieren die kleiner gaan wonen. Ook fotografen brengen hun boeken binnen. Daarom is het belangrijk dat we open verbinding hebben met het publiek dat het museum bezoekt zijn voor het publiek, dan kunnen mensen zien wiens boeken in de bibliotheek staan en dat zorgt weer voor nieuwe schenkingen. Ik neem niet meer alles zo maar aan. Ik vraag mensen of ze eerst in de catalogus willen kijken of we de werken die ze aanbieden al hebben Dat geeft een eerste schifting. Veel mensen die de fotografie uit enthousiasme op de voet volgen hebben dezelfde tentoonstellingen bezocht en daar dezelfde bijbehorende boeken gekocht, zoals recentelijk nog de catalogus van de Erwin Olaf-tentoonstelling."

“Ik vind het erg belangrijk om fotoboeken binnen te halen van tentoonstellingen die in Nederland te zien zijn geweest. Dat kan ook werk van buitenlandse fotografen zijn. Die tentoonstellingscatalogi in huis halen sluit aan bij de belevingswereld van de fotografieliefhebber. Zelfs dat lukt me niet altijd, ook in Groningen of Maastricht zijn er wel exposities van fotografen die ik niet ken en dat noteer ik dan op mijn wensenlijst. Ik vind het trouwens interessant als mensen vragen naar een bepaalde fotograaf van wie ik niets heb. Als fotografen hier komen en ze zien dat hun boek niet in de collectie staat, dan komen ze het soms zelf brengen. Zo kwam Bruno van den Elshout zijn New Horizons brengen, ik zou daar nooit budget voor gehad hebben, het kost zo’n 300 euro. Ik ga echt niet met opgehouden handen staan wachten, maar heb een soort stilzwijgende afspraak met fotografen die veel boeken publiceren, het ene boek koop ik, het andere of een volgend werk krijg ik.”

archief NL fotomuseum

WIE KOMT ER NAAR DE BIBLIOTHEEK?

Om 11:00 uur in de ochtend opent het museum zijn deuren voor de bezoekers. Ze krijgen bij de ingang gelijk de bibliotheek in zicht en zullen zich in de loop van hun bezoek melden, sommigen wat terughoudend, anderen direct nieuwsgierig. Dat roept de vraag op: wie zijn eigenlijk de gebruikers van de bibliotheek? En wat kan je zeggen over de publieksfunctie?

“Soms krijg ik mensen die denken dat ze boeken mee naar huis kunnen nemen en dan laten ze hun bibliotheekkaart zien. Veel bezoekers komen zonder al te veel voorkennis, maar zijn echt geïnteresseerd in fotografie, stellen heel basale vragen en zijn verbaasd over wat er is. Ik stimuleer ze dan om te bedenken uit welk land hun favoriete fotograaf afkomstig is. De bibliotheek is namelijk ingedeeld op land van herkomst. Ik leg de boeken op de kast, die slaan ze open en zo kunnen ze zich een beeld vormen.

Ook moedig ik mensen graag aan zich op hun bezoek voor te bereiden, bijvoorbeeld via de website www.fotografiebibliotheek.nl.

“Die publieksfunctie leidt soms tot avontuurlijk communiceren, dat is het mooie van deze bibliotheek. Hier kan je echt browsen in de fotografiegeschiedenis. Ooit kreeg ik als beginnend bibliothecaris een telefoontje van een auteur uit Duitsland met de vraag alle in Engels uitgegeven Reispockets van Cas Oorthuys klaar te leggen. Het verzamelen van deze reeks is toevallig al sinds mijn studententijd een hobby van me. Ik heb thuis mijn eigen kleine Oorthuisarchief. Toen bleek dat ze nog een auteur zocht voor een bijdrage in haar boek. Ze was bezig een boek samen te stellen over een uit Duitsland gevluchte Joodse uitgever Bruno Cassirer die in Oxford was neergestreken. We raakten aan de praat en ze zij, Rahel Feilchenfeldt, vroeg mij stuk te schrijven over de relatie tussen Oorthuys en Cassirer. Dat is opgenomen in het boek; Bruno Cassirer Publishers Ltd. Oxford 1940-1990 Ik schreef toen een bijdrage met de titel over ‘Cas Oorthuis, de Europese fotograaf’.” Voor mijn ontwikkeling als aspirant bibliothecaris was een belangrijke periode omdat ik hierdoor bij andere instellingen over de vloer kwam op zoek naar informatie. Als beeldend kunstenaar/fotograaf zag ik zonder deze klus niet zozeer een noodzaak om bijvoorbeeld bij het ISSG langs te gaan.

Tijdens het gesprek meldt fotograaf Jaap Scheren zich bij Sjef. Hij brengt een shopper met fotoboeken voor de bibliotheek. Sjef merkt dankbaar op dat Jaap erg betrokken is met het museum en telkens van elk fotoboek twee exemplaren inbrengt. Scheeren heeft in het Volkskrant Magazine van 7 februari 2026 een fotoreportage over het nieuwe museum en zijn medewerkers gemaakt. Daarin zien we Sjef pontificaal op een IKEA trapje zitten, midden in de bibliotheek en bovenop een boekenkast (link naar het atikel).

“Fotografen zie ik meestal niet voorbijkomen als ze aan een project werken. Zodra dat is afgerond, en ze misschien een mooie expositie hebben gehad, dan blijkt een fotoboek iets van blijvende aard. Het is een mooi compact middel om een project voort te laten leven. Daarmee vinden ze ook weer het publiek dat hun expositie heeft bezocht. Verder krijg ik ook de studenten van de diverse kunstacademies over de vloer als ze werken aan hun scriptie. Maar dat verandert wel nu er veel beeldmateriaal en bijbehorende informatie digitaal beschikbaar zijn en AI in het spel is. Als studenten AI bij het schrijven gebruiken en docenten met AI controleren dan schiet het doel van het leerproces erbij in. Er komen nog steeds groepen studenten klassikaal en ontdekken ze wat er hier te zien is. Ik hoop ze dan vaker terug te zien omdat een fotoboek een aantal essentiële aspecten heeft die een beeldscherm nooit kan brengen: de tactiliteit van papier, de geur, de spanningsopbouw van hoe je een boek doorbladert. Toch veranderen ook dingen de goede kant op. Tijdens mijn opleiding had ik nooit durven dromen dat mijn werk er met een kaftje er als een echt boek uit zou kunnen zien. Maar nu stuur je gewoon een PDF-je naar een printerette. Zo zijn ook scripties er steeds mooier uit gaan zien, niet meer van die rare ringbandjes. Ze zien eruit als echte boeken in oplage gemaakt.

Sjef van Duin in archief

HET FOTOBOEK ALS VERHAAL

In het kader van de fotoboekenweek willen we graag dieper ingaan op het fotoboek als genre. Sjef is enthousiast:

“Fotoboeken kunnen betoveren, in sommige boeken maak je echt een ontdekkingstocht. Het boek Why Mister, Why van Geert van Kesteren uit 2004 is zo’n voorbeeld. Het boek, in nieuwstaat Frans gebonden, moest pagina voor pagina met een briefopener geopend worden, dat heeft een soort maagdelijkheid. Dan ben je echt de eerste die het boek doorbladert. Je krijgt zoveel aparte ervaringen, ook van volslagen onbekende fotografen. Ik kwam een keer tijdens een vrijmarkt op Koninginnedag een oud fotoboek over Terschelling tegen. Een zekere Jelle Cupido had in het midden van de vorige eeuw van alles en iedereen op het eiland gefotografeerd, ook de Duitse soldaten die er in de oorlogsjaren waren gelegerd. Zo zijn er vaker van dit soort pareltjes op de rommelmarkten te vinden. En wat betreft de fotoboekenweek ligt het natuurlijk voor de hand dat ik het als bibliothecaris een prachtig idee vind.”

Dus behalve op de foto’s sla je ook aan op het verhaal? Zie je ook trends?

“Als trend zie ik het individualisme van ons tijdsgewricht. Er zijn heel veel persoonsgebonden verhalen en beelden van identiteit. Toen ik begon, heerste meer het idee van wat je achtergrond is doet er niet zo toe. Documentair fotografen gingen op stap om te kijken en te vertellen wat ze zagen. Dat waren vaak sociale en politieke reportages. Zoals wat Cas Oorthuys deed met zijn boek Indonesië: een Staat in Wording (1947). Zulk werk is weer relevant voor studenten nu: ze vragen vaak welke boeken ik heb over het land van herkomst van hun families. Helaas zijn opdrachten van gedrukte media om fotografen op pad te sturen voor een reportage sterk afgenomen.”

DE FOTOBOEKENMARKT

Rob Hornstra bij voorbeeld heeft zichzelf een opdracht gegeven met zijn langlopende project The Europeans. De vraag blijft of de ontwikkeling die je schetst economisch bepaald is. Is er geen markt meer voor dat soort journalistieke reizen? De fotoboekenmarkt is maar heel klein. Wat is er tegenwoordig commercieel succesvol, en belandt ook hier?

Van het werk van Erwin Olaf bij voorbeeld kan je rond een tentoonstelling aardig wat boeken verkopen. Dat geldt ook voor het werk van Eva Besnyö, dat nu in Den Haag te zien is. Dan komt er een vanuit de musea een marketingmachine op gang, met reclameplaten op lantarenpalen in heel Nederland. Dan komen de mensen naar die tentoonstelling en die kopen dan het boek. En verder is er wel degelijk een groep liefhebbers van fotoboeken en kunstboeken. Het is wel een kleine groep en daar is geen dikke boterham aan te verdienen. Maar wat FOTODOK doet met de BOOKTALKS in Tivoli, dat is bijzonder, de eerste keer dat ik er kwam keek ik mijn ogen uit, zoveel mensen die oprecht geïnteresseerd zijn in fotoboeken!

VERZAMELEN

Sjef is behalve bibliothecaris ook kunstdocent aan verschillende opleidingen en zelfstandig fotograaf. Het zou voor de hand liggen dat hij ook privé een verzamelaar van fotoboeken is.

Sinds ik hier werk schaf ik voor mezelf zo goed als geen boeken meer aan. Ik zeg zelf: ik ben genezen. Wat ik koop is voor hier. Wanneer ik op reis ben, bijvoorbeeld in Schotland, dan ben wel zo gek om in ieder dorp een antiquariaat in te gaan, op zoek naar lokale helden. Als ik me afvraag wat mijn persoonlijke bibliotheek toevoegt aan de museum bibliotheek, dan denk ik aan een paar Oost-Europese titels. Oost-Duitsland bracht bij voorbeeld boeken uit over DDR als ideale staat. Het is heel karakteristiek hoe die is gefotografeerd: moeders met kinderwagens tegen de achtergrond van Plattenbau, een beeld van de nieuwe tijd. Ik vind het fascinerend om te zien hoe fotografen wilden kronkelen om dat afschuwelijke land toch mooi uit te laten komen.

Dat brengt ons tot het slot van ons gesprek: je favoriete fotoboek. Welk boek zou iedereen eigenlijk een keer moeten zien?

Ja, dat blijft toch Rotterdam Dynamische Stad. Ik had al een zwak voor Cas Oorthuys voordat ik naar Rotterdam kwam. Het boek is uit 1958. Het verhaal volgt het ritme van de dag, je ontwaakt hier bij de eerste foto. Nou, Rotterdam-Werkstad, het is allemaal prachtig en geweldig. Maar waar het mij vooral om te doen is, is dat je als fotograaf natuurlijk vertelt met beelden. Cas was een onvervalste Amsterdammer maar hield enorm van Rotterdam en omgeving, niet alleen om het zijn opdrachtgever naar de zin te maken. Hij hield van dynamiek, daarom heet het Rotterdam dynamische stad – en dat geef ik ook graag door.

___

Sjef van Duin werkte behalve als bibliothecaris van het Nederlands Fotomuseum onder meer als museumdocent bij hetzelfde museum en bij Huis Marseille in Amsterdam, heeft gedoceerd aan de Vrije Academie in Vlaardingen en aan middelbare scholen en programmeert samen met zijn vrouw Esther Zitman de kunst in het Schreiershuisje in Schiedam. Verder is hij zelfstandig kunstenaar met een voorliefde voor het avontuurlijke genre van ‘mislukte foto’s’, publiceerde over de geschiedenis van Polaroid in Nederland en is mederedacteur van het opgewekte tijdschrift Fotozini the fotozine.

fotos door Daan Kamerman