Het fotoboek, dichtbij voor wie wil kijken Het fotoboek, dichtbij voor wie wil kijken

25 november t/m 12 december

25 november t/m 12 december

← Terug naar verhalen

Hristina Tasheva, zien en gezien worden

Tasheva

Hristina Tasheva (1976) werkt met thema’s die mensen met zich meedragen als ze grenzen passeren: herkomst, migratie, identiteit en het gewicht van geschiedenis. Het vinden van haar plek in de samenleving is het hoofdonderwerp van haar artistieke praktijk. Hristina werd geboren in het communistische Bulgarije en groeide op met het geloof in communistische idealen. In 1989 kwam er in Bulgarije een einde aan het communisme. Tot op de dag van vandaag kent het land armoede, corruptie en een ongekend hoog niveau van emigratie naar het Westen. Inmiddels woont Hristina twintig jaar in Nederland. In 2023 publiceerde ze het omvangrijke beeldboek Far Away From Home: The Voices, the Body and the Periphery. Peter Romijn ging met haar in gesprek over zien en gezien worden tussen twee politieke systemen.

IDEOLOGIE
Tijdens de Book Talks vertelde je dat je aan het denken werd gezet toen iemand hoorde dat je uit Bulgarije kwam en vroeg of je ‘een communist’ was. Hoe werkte dat?

Het was niet alleen die vraag, maar ook de reactie van een ander die zei: ‘maar dat kun je toch niet zomaar vragen!’ Alsof het een belediging was. Zo voelde ik het niet, maar ik wilde wel begrijpen wat ik ermee moest. Ik ben in een communistische staat opgegroeid en alles wat ik op school leerde ontving ik door het prisma van die ideologie. Aan de andere kant woon ik al 20 jaar in Nederland en ook dat heeft me bepaald. Zo ben ik me af gaan vragen wie ik ben en waarom. Daarom heb ik me in het communistisch verleden verdiept.

In Bulgarije zocht ik naar de slachtoffers van vervolging door de communistische partij, die na de Tweede Wereldoorlog door het Sovjetleger aan de macht werd gebracht. Aan de Nederlandse kant wilde ik meer weten over de communisten, die een belangrijke rol speelden in het verzet tegen de nazi’s, maar na de oorlog werden gemarginaliseerd. Wat betekenen die geschiedenissen voor mij?

MARINUS VAN DER LUBBE
Je bent in het eerste deel van je boek op zoek gegaan naar de sporen van de concentratiekampen, waar de Nederlandse communisten werden opgesloten en vermoord, en daarna de kampen waar de Bulgaarse communisten hun tegenstanders opsloten en vermoordden. Waarom open je met een gedicht van Marinus van der Lubbe?

Door het verhaal van Van der Lubbe wilde ik weten wat er met de opgepakte Nederlandse communisten is gebeurd. Hij was een jonge idealistische communist uit Leiden. Hij werd ervan beschuldigd dat hij na de machtsovername door Hitler in 1933 de Rijksdag in Berlijn had gestoken. Hier raken Nederland en Bulgarije elkaar: Marinus moest in Leipzig terecht staan, samen met drie Bulgaarse communisten.

Eén van hen was Georgi Dimitrov, na de oorlog het eerste communistische staatshoofd. De Bulgaren werden vrijgesproken, Van der Lubbe werd ter dood veroordeeld. Zijn graf in Leipzig was lange tijd niet gemarkeerd. Pas in 2023 is het geopend en is zijn stoffelijk overschot onderzocht. Precies 90 jaar na zijn executie, op 10 januari van dit jaar, is een monument bij zijn graf geplaatst en ook een bord met toelichting.

Ik heb de herinneringsplaatsen van de Nazi-kampen bezocht om dat verleden in beeld te kunen brengen. Dat is het eerste deel van het boek. Daarna ging ik op zoek naar de plaatsen van de communistische kampen in Bulgarije. Die zijn veel moeilijker terug te vinden, want er zijn geen officiële gedenkplaatsen zoals bij de nazi-concentratiekampen. Ik heb het internet doorgeploegd en boeken met verhalen van overlevenden gezocht om te vinden waar deze plaatsen zijn. Zo kon ik de omgeving van de gevangenschap in beeld brengen, en dat is het derde deel.

PRIKKELDRAAD
Je boek heeft een heel ander karakter dan de gebruikelijke fotoboeken over concentratiekampen. Je zoektocht heeft in je boek veel meer dimensies.

Ik wilde niet het bekende prikkeldraad laten zien. De ondertitel geeft aan wat ik belangrijk vind: de omgeving, de stemmen, de lichamen. Deze benadering maakt het een enorm subjectief boek, het brengt mijn zoektocht in beeld. Je ziet ook welke hindernissen ik tegenkwam.

Onmiddellijk na de oorlog bij voorbeeld heeft de voormalige Communistische Partij van Nederland bijdragen verzameld voor een gedenkboek van hun omgekomen verzetsstrijders. Maar dat is om onduidelijke redenen niet uitgegeven, ik had dat materiaal graag gebruikt. Ik kreeg tot mijn verbazing geen toestemming. Het formele argument was dat nabestaanden mogelijk verdriet zou worden gedaan; ze twijfelden aan mijn bedoelingen. Ik begreep niet hoe zulk wantrouwen gerechtvaardigd kon zijn. Ik wilde de slachtoffers eren.

Gelukkig wilde een vrouw, van ruim 80 jaar, wél haar herinneringen met mij delen. Voor haar was het belangrijk dat haar vader als held wordt erkend. In Bulgarije worden de slachtoffers nauwelijks gezien, er zijn geen officiële monumenten van de communistische repressie. Zo is er een stichting die steun zoekt om een herdenkingspark te stichten ter herinnering aan het beruchte kamp Belene op het eiland Persin. Maar om de plek te mogen bezoeken moet je bij de autoriteiten een verzoek indienen. Op dat eiland staat ook een gewone gevangenis.

ONMOGELIJKE BEELDEN
Je maakt de manieren waarop je deze moeilijkheden hebt overwonnen onderdeel van je boek. Bijvoorbeeld door lange en systematische lijsten van gegevens over de Nederlandse slachtoffers: reden voor arrestatie, Joods of niet, geslacht, leeftijd, kamp, doodsoorzaak. Die grafische weergave met behulp van tekst vind ik erg indrukwekkend.

Dit is mijn manier om beelden te creëren die op andere manieren niet mogelijk waren. De Bulgaarse kampen zijn niet in het landschap terug te vinden. Ik heb de omgeving ervan via Google Maps gelokaliseerd en de contouren overgetrokken met carbon papier. Zo kon ik toch de plaatsen in beeld brengen. Ik wilde laten zien hoe de plekken van moord en marteling er nu uitzien en tegelijkertijd de getuigenissen over verhoren en kampleven laten spreken.

Tasheva

KLEIMASKERS
Je gaat voorbij voorbij de conventionele opvattingen over documentaire verhalen of fotoboeken. Het draait om beelden en feitelijkheden, en ook om veel meer. Je teksten zijn geen bijschriften, maar reflecteren op grote vragen over ideologie, je citeert dichters en filosofen. Je zet in het tweede deel, tussen het onderzoek naar de Nederlandse en Bulgaarse communisten, zelfs je eigen lichaam in om nieuwe dimensies op te roepen.

Dat zie je al op de omslag. Ik ontdekte het anatomisch handboek van de nazi-arts Pennkopf, dat nog lang na de oorlog in gebruik is geweest. Hij had nota bene gebruik gemaakt van de slachtoffers van de nazi-beulen. Ik heb kleimaskers van mijn eigen hoofd gemaakt – denkend aan de dodenmaskers die gevangenen soms maakten van dode kameraden. In de afbeeldingen van die maskers heb ik, als in een collage, fragmenten van de anatomische tekeningen van Pennkopf ingevoegd. Ik beperkte me tot het hoofd, omdat zich daar de stemmen en de ideeën van propaganda bevinden. Ik wilde laten zien hoe ideeën in hoofden van mensen kunnen worden geïmplanteerd – ik kan daar zelf ook niet immuun voor zijn.

NORMALE MENSEN
Uiteindelijk komt in de Epiloog ook je eigen familie in beeld…

‘Wij waren normale mensen’ – dat was wat mensen altijd zeiden over hun leven in communistisch Bulgarije. Dat suggereren die foto’s uit het familiealbum ook. Maar wat betekent ‘normaal’? Mijn familie was niet politiek betrokken, ze verzetten zich niet tegen het regime, ze waren geen meelopers en ook geen slachtoffers. Ik wil in dit laatste deel van het boek niet oordelen, maar via de familiefoto’s aanduiden hoe moeilijk het is om een positie ten aanzien van het systeem in te nemen.

Iedereen wil misschien wel een held zijn, maar je weet nooit van tevoren hoe je zal reageren. Dat blijkt pas als de situatie het van je eist. Ik citeer de Franse heldin uit het verzet Heidi Hautval. Ze zegt dat er geen heldere lijn is tussen de persoon die denkt ‘goed’ te zijn en degene die dat niet langer is. We hebben alle mogelijkheden in ons, het is een zaak van kiezen.

Utopisch denken komt heroïsch over, maar opent ook de deur naar onderdrukking. In Bulgarije zijn mensen nog steeds bang om zich te uiten. Het communisme is wel voorbij, maar veel van dezelfde mensen zijn nog steeds aan de macht. Dat roept weer de vraag op welke betekenis we aan het verleden willen geven.

De Bulgaars-Franse filosoof Tsvetan Todorov heeft gezegd dat in de verwerking van het verleden het concept van ‘niet vergeten’ meer slachtoffers heeft gemaakt dan ‘vergeten’. Gerechtigheid gaat voor hem gepaard aan afstand nemen. Het zou de vicieuze cirkels van geweld en herinnering aan geweld en wraak moeten doorbreken.

HRISTINA ALS MAKER
Moet ik je eigenlijk fotograaf noemen, of gewoon beeldend kunstenaar?

Ik begon als fotograaf in 2004 en al werkend ben ik erachter gekomen dat ik nu in de eerste plaats kunstenaar ben. Dit komt door de manier waarop ik dit project conceptualiseer en uitvoer. Toen ik Nederland kwam maakte ik huizen schoon in Amsterdam. Dat was een marginale positie die me heeft geleerd te observeren. Ik keek constant naar het leven van anderen zonder daar zelf echt deel aan te hebben.

Ik werkte ook bij de filmmaker Suzanne Raes en zij heeft me in contact gebracht met fotograaf Leo Erken. In mijn vrije tijd kon ik als gaststudent in zijn studio werken. Als tiener had ik ooit een camera gekocht, een goedkoop Russisch type. Ik viel op het mechaniek, maar toen ik er een film inzette bleek het niet goed te werken. Leo gaf me een camera, na een jaar of vier adviseerde hij me om een fotografie opleiding te volgen. Ik begon met een bachelor opleiding aan de Rietveld Academie en daarna volgde een master aan St.Joost.

Leo Erken heeft me enorm gestimuleerd om naar buiten te gaan en te fotograferen. Ik eigende me de camera toe, het is een snelle combinatie van waarnemen en reproduceren. Fotografie spreekt de mensen makkelijk aan, ze denken snel een bepaald beeld van de realiteit te herkennen. Daar kan je als kunstenaar mee spelen, een ander verhaal maken dan ze verwachten, beeldspraak met foto’s maken en daarmee nieuwe beeldvorming oproepen. Mijn werk is die kant op geëvolueerd.

NADRUK OP VERTELLEN
Hoe staat dit boek in verbinding met je eerdere werk?

Mijn werk is eerder thematisch dan visueel en qua stijl met elkaar verbonden. Belief is Power (2019) komt voort uit mijn ontzetting over Bulgaren die knokploegen vormden om moslim migranten bij de grens terug te jagen. De Bulgaarse identiteit is gebaseerd op een lange geschiedenis. Dit boek gaat over de vraag of we ons nationalisme niet beter kunnen voeden door te onderzoeken wat ons verbindt als mensheid. In plaats van de verschillen te zoeken en te benadrukken hoe uniek we zijn als natie. Mijn werk over migranten en hun identiteiten gaat over wie je bent als je in een ander land leeft. De nadruk ligt voor mij op het vertellen, de samenhang, niet op afzonderlijke beelden.

Tasheva

HET MEDIUM FOTOBOEK
Het is duidelijk dat het boek voor jou als maker een sterk medium is. Geef je daarom je werk in eigen beheer uit? Je boeken hebben een eigen karakter. Ze worden enorm geprezen en genomineerd voor onderscheidingen.

Ik begon met zelf te publiceren omdat het gemakkelijker was om mijn werk te tonen en te verspreiden. Voor Far Away from Home kon ik geen uitgever vinden. Toen ben ik er weer zelf aan begonnen. Een boek heeft weliswaar beperkingen, maar ook mogelijkheden. Als je van voor naar achter bladert is het lineair. Je kunt het meerdere dimensies meegeven door vormgeving. Een boek is een tentoonstelling op zichzelf, het is relatief goedkope kunstvorm. Je kunt het mee naar huis nemen en daar een leven geven. Voor mezelf is het ook nog een manier om een archief van mijn werk te maken. Boeken passen in een eeuwenoude artistieke cultuur, ook visueel. Ik kom ermee tot de essentie van mijn werk.

DE KUNSTWERELD
Je bent afhankelijk van je doorzettingsvermogen en inventiviteit in een moeilijk toegankelijk kunstbestel, in het bijzonder voor beginnende makers. Hoe heb jij je weg gevonden in deze wereld en wat kan FOTODOK van je leren?

Door de steun die ik als beginnend kunstenaar steun heb gehad, onder meer van Suzanne Raes en Leo Erken. Het is moeilijk voor makers om te zien waar ondersteuning is te vinden. Het is goed dat FOTODOK het adviseren, promoten en netwerken tot de kern van zijn programma heeft gemaakt. In mijn praktijk moest ik de dingen zelf uitvinden, ook met hulp van mijn partner, die ook kunstenaar is. Als ik tegen een vraag aanloop die me aan het denken zet dan wil ik daarmee aan de slag en er een project van maken. Dat betekent heel veel uitleggen en projectsubsidies aanvragen, zonder dat je weet wat het eindresultaat is. Ik kreeg voor mijn onderzoek voor Far Away from Home steun van het Mondriaanfonds, het uitgeven kon met steun van het Jaap Harten Fonds en het Elisabeth Vermaat Muller Fonds. Het zoeken naar stipendia blijft veel energie opeisen. Als ik een dummy voor een boek heb, kijk ik naar open calls. Ik ben sinds 2004 bezig maar ik heb nog steun nodig, ook hulp om die steun te zoeken.

DUIZENDBLAD
Je hebt een gedroogde bloem, een Duizendblad, tussen een vloeiblad in het boek opgenomen. Wat wil je hiermee zeggen?

Ex-gevangenen schrijven vaak hoe ze de natuur hebben waargenomen, dat dit nog iets van een gevoel van vrijheid gaf. De bloemen roepen bij mij allerlei associaties op. Ik heb ze meegenomen van twee herinneringsplaatsen, Mauthausen en Dachau. Ze staan voor het beeld dat de gevangenen hebben gehad van de wereld buiten het kamp. Bloemen zijn symbool van liefde en respect, je kunt ze naar de doden brengen, maar ik heb ze meegenomen, als levende herinnering aan de herinneringsplaatsen. Je vroeg naar toekomstplannen: ik bedenk hoe ik met dit materiaal door kan gaan. Ik wil verder met de vraag welke betekenis ze voor mij hebben, in het licht van wat oorlog en onderdrukking met mensen doen.

Zie voor de boeken die Hristina Tasheva heeft gemaakt en achtergrondinformatie: https://www.hristinatasheva.com/

Dit interview verscheen eerder op het blog van FOTODOK.