The Untangled Tales | Michelle Piergoelam
Michelle Piergoelam is een fotograaf met een bijzondere signatuur. Haar doorlopend project The Untangled Tales onderzoekt het koloniale verleden in Suriname, het land van haar ouders en voorouders dat ze zelf recent heeft leren kennen. Hiermee brengt ze verhalen aan het licht die onzichtbaar zijn gebleven of alleen in fragmenten voortleven. Met kleur, focus en vormgeving creëert ze een bijzondere beeldtaal die veel bewondering oogst. Peter Romijn sprak met Michelle over haar doorlopende verkenningstocht naar de betekenis van sprookjes en mythen.

OVER SPROOKJES EN MYTHEN
PETER: Je fotowerk berust op diepgaand onderzoek in archieven, collecties, literatuur en oral history. Je vindt verhalen in een verre en onbekende wereld.
MICHELLE: Ja, voor mij is het een erg belangrijk onderdeel van mijn werk om het verhaal te vertellen.
PETER: Hoe werd je fotograaf en verteller?
MICHELLE: Op de middelbare school maakt ik al kennis met fotografie, daarna ging ik naar de fotovakschool in Rotterdam. De nadruk lag daar natuurlijk op de techniek, het was 90 procent techniek, 10 procent verhaal. Na mijn afstuderen ging ik door naar de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Daar was het andersom: 10 procent techniek, 90 procent het verhaal. Omdat ik de techniek al beheerste kon ik zoeken naar wat ik wilde vertellen. Mijn groep ging op reis naar Servië en werden daar aan het werk gezet. We kregen daar carte blanche, maar kenden land noch taal, dat was een uitdaging! Ik ging aan de slag met een Servische versie van Assepoester. Ik kon niet precies plaatsen waarom ik geïnteresseerd was in sprookjes en mythes maar besloot dat mijn afstudeerproject zou reflecteren op zulke culturele tradities.
PETER: En toen kwam Suriname in beeld?
Ja, waarom wist ik eigenlijk niks over mijn eigen cultuur? Ik bestelde boekjes over sprookjes en mythes in de Surinaamse cultuur. Voor mij helemaal nieuw, want mijn ouders zijn heel jong, rond de onafhankelijkheid van Suriname, naar Nederland gekomen en konden daarvan niets doorgeven. Ik las een Surinaams sprookje: de ontvoering van Mawi. Het meisje ging stiekem naar het water. De watergeest stak zijn hand uit stak en nam haar mee onder water. Zo werd ze een zeemeermin; in werkelijkheid ging het natuurlijk over het gevaar van verdrinken. Dit verhaal pakte mij heel erg, omdat ik als kind een bijna-verdrinkingservaring heb gehad. Sprookjes en mythes zijn niet alleen fabeltjes, je leert er de culturele tradities door kennen en ze vertellen over het leven.
PETER: Dat inzicht bracht je bij je afstudeerproject?
MICHELLE: Ja, zeker. Ik ontdekte dat de verhalen van de spin Anansi in het slavernijverleden dienden als codetaal van slaafgemaakte. Zo begon ik mijn groter doorlopend project over elementen die indertijd hoop en kracht hebben geboden. Het begon met afstudeerproject, het fotoboek The Untangled Tales. Het is een losbladig en uitvouwbaar boek, ontworpen door Sybren Kuiper. Het is lastig hanteerbaar, maar het werkt heel goed omdat je ruimte en tijd nodig hebt om je erin te verdiepen.
SURINAAMSE ROOTS
PETER: The Untangled Tales vraagt inderdaad volle aandacht van de toeschouwer. Heb je een publiek voor ogen als je bezig bent, of komt dat later?
MICHELLE: In eerste instantie is het mijn eigen drijfveer. Ik vind het nu fijn om mijn ideeën met anderen te bespreken, maar als ik aan een project werk zoek ik eerst de ruimte om zelf diepgaand te onderzoeken. Op de KABK kwam bij elke opdracht de vraag voorbij: ‘wie is je publiek’? Iedereen natuurlijk, maar The Untangled Tales heb ik allereerst gemaakt voor mensen zoals ikzelf, die van huis uit weinig hebben meegekregen over onze de cultuur en erover willen leren.
PETER: Je krijgt veel erkenning – hoe heeft die lof je volgende projecten geïnspireerd?
MICHELLE: Het is heel bijzonder dat mijn afstudeerproject zo goed is ontvangen. Ik vind het lastig te zeggen wat ik daarvan meeneem naar volgende projecten. Ik heb besloten dat The Untangled Tales een meerjarig onderzoek met verschillende hoofdstukken te maken. Songs in a Strange Land is het volgende deel. Het gaat over werkliederen waarmee totslaafgemaakten het werk draaglijker maakten. Ze konden er ook boodschappen in verstoppen, of een kreet om hulp richten tot de Watra mama, de watergeest. Dat onderwerp had ik wel bedacht, maar het was eerst erg lastig omdat ik er maar acht of tien kon vinden.
PETER: Hoe kon je het onderwerp toch verbeelden?
In het Lighthouse programma bij FOTODOK kon ik erop reflecteren en toen bedacht ik dat ik het onderwerp precies daarom moest onderzoeken. De fragmenten behoren immers tot de Surinaamse geschiedenis die sowieso slecht gedocumenteerd is. Dus stelde gerichte vragen aan mijn materiaal: hoe wordt een lied gezongen, wat komt erin voor, wanneer speelt het zich af? Ik leerde dat de mensen na een lange dag werken bij het kampvuur bijeenkwamen, en Anansi verhalen aan elkaar vertelden, heel expressief. Dit wil ik in beelden vertalen, niet als illustratie, maar om de sfeer en de betekenis te verbeelden.

PETER: Hoe wordt je werk in Suriname ontvangen?
MICHELLE: Surinaamse mensen vinden het interessant en belangrijk dat ik hiermee aandacht voor deze cultuur vraag. Ze zijn heel trots dat dit werk geëxposeerd wordt en de verhalen worden gedeeld zodat meer mensen ervan weten.
IN DE VOETSPOREN VAN ROLANDER
PETER: Hoe gaat het verder tussen jou en Suriname?
MICHELLE: Ik heb de eerste twee projecten in Nederland gemaakt. Het was de coronatijd en we konden niet reizen. Voor die tijd was ik nog niet in Suriname geweest maar het begon enorm te kriebelen. Na een lange aanloop ben ik in 2024 voor het eerst gegaan. Mijn ouders die zijn met mij meegegaan. Het was ook voor hen heel bijzonder, en niet in woorden te vatten, dat gevoel om ergens wat je niet kan herinneren toch thuis te komen.
PETER: Daar begon je een nieuw onderzoek?
MICHELLE: Ja, dat is geïnspireerd op het dagboek van Daniel Rolander, een Zweedse bioloog die in de 18e eeuw op expeditie is gegaan naar Suriname. Het is uniek hoe hij in zijn dagboek heel negatief schreef over de slavernij. Hij heeft een studie gemaakt van de planten die er leven. Daarin beschrijft hij hoe de inheemse bevolking haar kennis over de werking van die planten overdroeg aan de tot slaafgemaakten. Planten dienden als voedsel of werkten als vergif, laxerend, of medicinaal. Ik heb heel bijzondere planten gevonden, zoals de kibri wiwiri. De bijnaam van deze plant is olifantsschoen. Hij heeft ook al wat weg van de poot van de olifant, maar in Suriname zijn er geen olifanten. Dus dit is een referentie aan kennis die tot slaafgemaakten mee naar Suriname hebben genomen. Ik wilde in Suriname uitzoeken of de planten die Rolander in zijn dagboek uit 1875 beschreef er nog groeien en hun werking nog bekend is.
PETER: Nu hangt je werk in Naturalis, het museum en onderzoekscentrum voor biodiversiteit in Leiden!
MICHELLE: Ja, het begon ermee dat het dagboek van Rolander in de bibliotheek van Naturalis ligt. Na mijn terugkeer waren ze daar heel enthousiast over mijn beelden. Ik kreeg een eigen ruimte waar ik mijn werk kon tonen met textieldoeken, in combinatie met collectiestukken uit de collectie van Naturalis. Het is heel bijzonder om de herbariumvellen van de planten die ik heb gefotografeerd naast mijn foto’s te zien. Dit project is eigenlijk het derde hoofdstuk van The Untangled Tales. Nu ben ik onderzoek aan het doen over een project over de Surinaamse contractarbeid. Dit is naar aanleiding van bronnen die ik vond over mijn voorouders die uit India naar Suriname kwamen. Na een paar jaar ben ik dan toch bij mijn eigen achtergrond, de Surinaams-Hindoestaanse, uitgekomen. Ik heb vanuit verschillende hoeken snippers informatie gekregen, uit het Nationaal Archief, en oude foto’s uit de familiekring.
BIJZONDERE BEELDTAAL
PETER: Je beeldtaal vind ik bijzonder, die is heel kleurrijk, waarbij je mensen, objecten en planten vaak uitlicht tegen een donkere achtergrond. Als kijker wordt je blik enorm naar het onderwerp getrokken. Hoe doe je dat?
MICHELLE: Ik vind het fijn om op locatie te fotograferen. Als ik het onderwerp extra licht kan meegeven dan krijgt het beeld een extra laag en meer diepte dan wanneer ik in een studio zou fotograferen. Ik werk met een spiegelreflexcamera, de Nikon 850, en voor dit project wissel ik tussen 35 en 85 mm. Maar met techniek alleen vertel je het verhaal niet.
PETER: Heeft de omslag naar het artistieke jouw opdrachtwerk ook beïnvloed? Op je site zie ik daarin ook iets onderzoekends, niet heel gelikte beelden, meer van, nou, kijk nog eens goed.
MICHELLE: Ja, dat klopt. Mijn commerciële werk heeft eigenlijk ook een documentair element. Je pakt de details mee, maar het is ook een beetje dromerig. Ook evenementen of bruiloften zijn voor mij van begin tot eind storytelling.

HET FOTOBOEK
PETER: En het fotoboek als medium: is het een einddoel op zich of komt het min of meer vanzelf als je onderzoekt en wilt vertellen?
MICHELLE: Ik ben echt een fotoboekenliefhebber. Dus ik denk ook wel heel gauw aan een fotoboek als de manier om te presenteren. Ik vind het mooi een extra laag in de storytelling aan te brengen. Dat kan in fotoboeken net als in fysieke presentaties en tentoonstellingen.
PETER: En tekst?
MICHELLE: Tekst is heel belangrijk, die heb je nodig om mijn werk te begrijpen. In mijn fotoboeken wil ik een verdiepende tekst opnemen om de achterliggende kennis te delen. De lijn tussen een schoolboek en informatief zijn is dun, daarom heb ik hulp ingeschakeld van fotoboek ontwerper Sybren Kuiper zodat het wel echt een fotoboek blijft.
PETER: Krijgt elk van je fotoboeken een eigen passend ontwerp mee?
MICHELLE: The Untangled Tales is een doorlopend project en daarom wilde ik met dezelfde ontwerper, Sybren Kuiper, werken. Maar het zijn echt drie totaal verschillende boeken geworden. Hij kan het onderwerp heel sterk naar een concept vertalen. Voor het project met Naturalis had ik veel meer beelden dan voor de eerste twee. De vorige waren losbladig, het tweede had ook nog brede uitvouwbladen waaraan ik erg moest wennen, al paste het heel goed bij het verhaal en daarom ben ik er in mee ingegaan. En toen zei Sybren: Michelle, we gaan een écht boek maken en dat is bij Eriskay Connection verschenen. De eerste heb ik in eigen beheer uitgegeven, het tweede boek is uitgegeven via Lecturis.

PETER: FOTODOK gaat in november-december de eerste Nederlandse fotoboekenweek organiseren. We vinden het zelf even spannend als inspirerend. Denk je dat het een succes kan worden? Heb je misschien suggesties?
MICHELLE: Ik zie met FOTODOK’s Booktalks in Tivoli dat er gewoon heel veel animo is voor fotoboeken. In mijn eerste jaar aan de KABK heeft Rob Hornstra ons meegenomen naar zo’n avond en veel van die groep gaan er nog steeds naartoe. Als ik kan doe ik dat ook, ook al denk ik wel eens: het onderwerp is niet helemaal mijn ding. Maar de verhalen daarachter zijn altijd heel bijzonder. En dat geeft bij elkaar ook een soort community gevoel. Ik kan me heel goed voorstellen dat het met die fotoboekenweek voor deelnemers en publiek ook zo gaat werken, zoals bijvoorbeeld ook met de Dutch Design Week of met Art Rotterdam, waarbij je overal in het land programmaonderdelen hebt. Je kunt denken aan lezingen in bibliotheken of een fotoboekenruilbeurs. Fotoboekenbeurzen zijn ook altijd heel gewild.
-------------
Het werk van Michelle is tentoongesteld in onder meer in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam en in Museum Hilversum en in Wenen, Antwerpen, Haarlem en Groningen. Ook internationaal vinden haar fotoboeken en exposities veel waardering. Ze won de tweede prijs voor storytelling in de Zilveren Camera competitie 2020. Michelle is ook een van de drijvende krachten achter de Stichting Tailors and Wearers, die de kennis en traditie in ere houdt over traditionele Surinaamse kleding. Website: www.michellepiergoelam.com